De geblesseerde prestatiesporter

Iedere prestatiesporter krijgt vroeg of laat te maken met blessures. Naast de fysieke impact heeft dit ook een mentale impact. Er kan angst zijn voor het niet meer terugkomen op het oude niveau, voor het niet weer op kunnen brengen van een intensief revalidatieprogramma, of angst voor het definitieve einde van de carrière. Niet de bedreiging voor het lichamelijk welzijn zorgt meestal voor de meeste stress, maar de bedreiging voor de identiteit als atleet. Daarnaast kan een blessure niet alleen voor de sporter zelf een zware uitdaging betekenen, maar ook voor diens directe omgeving.

Lange tijd werd de psychologische verwerking van een blessure gezien als een soort van rouwverwerking, waarbij verschillende fases doorlopen worden. Een sporter die geconfronteerd wordt met een blessure, zou eerst reageren met het onderschatten van de ernst van de blessure. Deze ontkenning zou na verloop van tijd gevolgd worden door woede, marchanderen of onderhandelen (‘nu kan ik toch wel weer beginnen?’) en vervolgens een depressieve toestand. Wie van deze depressieve stemming weet los te komen, kan de fase van aanvaarden bereiken, waarbij doelgericht gewerkt kan worden aan het actief aanpakken van de blessure tijdens de revalidatie.

Hoewel dit model een kader biedt om heftige reacties op blessures te begrijpen en er voor veel sporters herkenningspunten zijn, bleek in de praktijk dat psychologische reacties op blessures zeer sterk verschilden van sporter tot sporter en van situatie tot situatie. Medisch gezien vergelijkbare blessures kunnen voor verschillende sporters een sterk verschillende impact hebben.

Tegenwoordig wordt meer gekeken naar de beoordeling van de blessure door de sporter. Bij de boordeling gaat het om zaken als welke opvatting heeft de sporter over het herstel, waar ligt volgens de sporter de oorzaak van de blessure, kunnen de doelen bijgesteld worden en welk beeld heeft de sporter van zichzelf. Deze interpretatie van de blessure is van grote invloed op het resultaat van het revalidatieproces.

Uit sportpsychologisch onderzoek en uit de praktijk blijkt verder dat mentale vaardigheden als zich kunnen ontspannen, zelf levendige verbeeldingen kunnen oproepen, leren reageren met positieve realistische gedachten en consequent leren werken met doelen een positieve invloed hebben op het blessureherstel.

Het is dus bij een blessure belangrijk dat er ruimte is voor de specifieke emoties van de sporter omtrent de blessure en dat de sporter mentale vaardigheden krijgt aangereikt die helpen bij het gezond omgaan met de blessure. Ook moet er worden stilgestaan bij de attitudes en cognities met betrekking tot de revalidatie. Het gaat bij een blessure immers niet alleen om weefsel, beenderen, pezen en spieren, maar ook om verwachtingen, gevoelens en emoties.

Bron: Met vallen en opstaan

Bert de Cuyper

Arko Sports Media, ISBN 978-90-5472-021-8