Vijf risicofactoren voor overtraindheid

Er wordt in Nederland hard getraind voor halve en hele marathons en andere duurlopen. Op dit moment zijn ook vele schaatsers al weer geruime tijd vol in training voor het nieuwe seizoen. En voor de wielrenners loopt het seizoen al weer (of eindelijk) naar het einde. Niet zelden zie ik in mijn praktijk sporters, met kenmerken van overtraindheid. Zij worden doorgestuurd door hun sportarts met het advies om uit te vinden wat de overtraindheid veroorzaakt heeft, te leren over de mentale component van de overbelasting, en hoe verstandig en gezond weer terug te keren in de sport.

Wanneer heb je nou meer risico op overtraindheid? Ik zet 5 factoren voor je op een rij:

-          Geen herstel/rust opnemen in het trainingsprogramma, een tekort aan rustdagen. Regelmatig zie ik sporters die met verschillende groepen meetrainen, waardoor de trainingsload niet op elkaar is afgestemd en door trainingen en wedstrijden er geen enkele dag in de week meer is zonder sport.

-          Een plotse verhoging van de trainingsomvang en zwaarte. Bijvoorbeeld een jonge atleet die in een selectie gaat trainen en van 4 naar 7 trainingen per week is gegaan.

-          Gebrek aan flexibiliteit en individuele aanpassingen in het trainingsschema. Met name bij verkoudheidjes, griepjes of lichte blessures wordt vaak onverminderd hard doorgetraind. Al zou dit lichamelijk nog best wel kunnen, sporters maken zich daar vaak zorgen over. En die zorgen kosten energie. Twijfels over of het wel goed is wat je aan het doen bent, met name aan de overtraindheids-kant, werken extra sterk door.

-          Bang zijn om te weinig te doen. Vooral als de resultaten wat achter blijven denken sporters: ‘ik moet harder trainen, hoe meer ik train, hoe beter ik word’.

-          Perfectionistische inslag. Alle trainingen in het schema moeten precies zo gevolgd worden zoals ze erin staat. Hoe je je ook voelt. Alles moet kloppen. Star vasthouden aan rituelen, waardoor als dingen een keer iets anders lopen er geen flexibiliteit is en stress ontstaat.

Gebruik deze risicofactoren om na te gaan hoe het er bij jou voor staat. Hard trainen en de grenzen van je kunnen opzoeken hoort bij prestatiesport. Soms moet je echter toch tijdelijk wat gas terugnemen. Uiteindelijk is het belangrijker dat je gezond en gemotiveerd goed kan presteren, dan dat je jezelf nodeloos veel mentale en fysieke .

8 reacties op “Vijf risicofactoren voor overtraindheid

  1. Dag Edith,

    Ik ben het helemaal eens met jouw 5 punten… , toch zou ik er wel een zesde aan willen toevoegen…en dat is : Goede voeding.

    Goede voeding en zeker goede sportvoeding geeft een veel sneller herstel en aanvulling van de verloren brand/bouwstoffen..

    Wellicht zouden wij eens met elkaar moeten bellen , ik heb wellicht een zeer mooie toevoeging voor jouw business..

    Met Vriendelijke Groet,
    Tjalling van Balen

    • Laat de zogenaamde kennis over voeding er eens buiten. Als de Nederlandse opvatting de juiste zou zijn dan zouden Japanners, Amerikanen, Italianen en ……………………………………. niet zo goed presteren. Dat communiceer ik altijd over het onderwerp voeding. Wie bepaalt wat, hoeveel een sporter op welk moment nodig heeft? Dat dan ook nog zonder analyse over functioneren van de menselijke cellen!

  2. Mee eens, ik train (fietstraining / spinning) zelf 6 dagen in de week gemiddeld 17u per week, maar zonder schema. Ik ben er van overtuigd als je op gevoel traint en luisterd naar je lichaam het geen probleem hoeft te zijn om vaak te trainen. Dus heb je een goeie dag gewoon hard trainen, heb je een wat mindere dag iets minder hard trainen. Ik hou overgens wel een logboek bij waar ik alles in zet. Mijn ochtend pols en het gevoel in mijn benen zijn wel een belangrijke parameters voor hoe en of ik hersteld ben.
    Ik merk vaak dat de ochtendpols niet het probleem is, maar meer het melkzuur in de benen. Ik overgens mijn ochtend pols gaan bijhouden om overtraindheid te signaleren.

    Gr.
    Ray.

  3. Ben het eens met Tjalling dat voeding een goede toevoeging is. Alleen lopen de de opvattingen over wat goede voeding is nogal uiteen. Dat kan verwarrend zijn voor sporters. Een belangrijke factor die daarnaast in de trainingsprogramma’s vaak vergeten wordt is kracht trainen. Ik heb daar laatst over gecommuniceerd met Bram Bakker in relatie tot de runningtherapie. In zijn nieuwe boek krijgt het belang van kracht aandacht zo liet hij me weten. Kracht is niet alleen een belangrijk traningsingrediënt maar helpt dus ook overtraining te voorkomen. Duursporters moeten, als zij twee keer per week een half uur intensieve krachttraining aan hun programma toevoegen, minder loop-, fiets-, schaatstrainingen daarin opnemen. Wil kracht echt effect hebben dan moet er vaker op hoger intensief niveau gesport worden (zo leg je een transfer). Dus meer nadruk op een betere fysieke en mentale fitheid en minder nadruk oop presteren.

  4. Ik doe al vele jaren aan duursport en ben er van overtuigd dat je je lichaam tijd moet geven om te herstellen. Als ik een marathon bike dan doe ik de eerste dag er na niets. De tweede dag een lichte training en dan weer een dag rust. Dit voorkomt dat het lichaam uitgeput raakt dus niet meer in staat is om te herstellen. Na de derde dag kan ik weer vol aan de bak. Ik doe dit nu al meerdere jaren zo en het bevalt me uitstekend.

  5. Ik zit zelf in het voetbal en wij werken met POMS. Het is een goed hulpmiddel waarbij ik een redelijk inzicht krijg van hoe een speler zich voelt. Zeker jonge spelers die in de top spelen krijgen veel voor hun kiezen. School, reizen, druk van ouders, trainers etc.
    Rust en het hoofd vrij maken is daarom erg belangrijk! Overigens niet alleen voor de spelers maar ook voor hun trainer;)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>