Uitgeblust in de sport

Zeer regelmatig spreek ik in mijn praktijk sporters die een uitgebluste indruk maken. Zij hebben te kampen met wat je een ‘burnout’ zou mogen noemen. Voor sporters zelf is dat soms lastig te herkennen, het zijn immers spórters en tot voor kort, of zelfs nu nog, zijn ze iedere dag intens lichamelijk actief. Hoe kan je dan burnout zijn?

In de sportpsychologie wordt burnout omschreven als een psychologische, emotionele en fysieke terugtrekking van je activiteiten. Als je de implicaties van deze omschrijving bespreekt wordt het meestal al duidelijker. De signalen van een burnout zijn vaak namelijk wél herkenbaar. Zo sprak een wielrenner al in mei over over fysieke en emotionele uitputting. Het seizoen moest eigenlijk nog beginnen. Hij vond het zo vreemd dat hij na een week rust, zich nog steeds uitgeput voelde. Hij herstelde niet meer door goed te slapen. En de tennisser die vertelde over het gevoel dat het gewoon niet meer lukte. Waar ze vorig seizoen haar partijen won, lijkt alles nu wel op slot te zitten. Ze had geen vertrouwen meer in haar eigen presteren, ze voelde zich een stuk minder dan vorig jaar en vroeg zich af hoe dat kon.

Naast fysieke en emotionele uitputting en een gebrek aan vertrouwen ervaren om je sport goed te kunnen volbrengen, zijn er nog een paar andere signalen. Zo kan een sporter z’n interesse of betrokkenheid bij een sport verliezen en/of een negatief gevoel hebben ten opzichte van z’n sport. En soms herkent een sporter het gevoel van buiten de werkelijkheid te lijken staan, alsof je jezelf van een afstandje beziet.

Als het zover oploopt ziet een sporter na verloop van tijd geen andere mogelijkheid dan gedurende een periode geheel of gedeeltelijk uit de sportsituatie te stappen.    Met een toename van het belang van sportprestaties in de maatschappij al geheel, en in de sport in het bijzonder, is het geen wonder dat we tegenwoordig regelmatig sporters zien die ‘het’ een tijdje helemaal kwijt zijn. Factoren die stress veroorzaken en die in verband zijn gebracht met ‘opbranden’ zijn faalangst, frustratie, hoge verwachtingen, (wedstrijd)spanning en druk.

Uit onderzoek blijkt dat bij sporters uit individuele sporten (golf, tennis, atletiek) burnout vaker voorkomt dan bij sporters uit teamsporten (honkbal, basketbal, hockey). Sociale factoren als aanmoediging, ondersteuning en samenwerking van/met teamgenoten kunnen de veerkracht van de teamsporter vergroten. Deze sociale factoren zijn in individuele sporten wat minder vanzelfsprekend. Maar de ervaring leert dat als sporters het gevoel van sociale ondersteuning van teamgenoten en coaches missen, ze wel degelijk gevoelig voor burnout kunnen zijn.

Bij vrouwelijke sporters komt burnout vaker voor dan bij mannen. Dit zou kunnen komen omdat vrouwen, net als individuele sporters, meer spanning ervaren door de hun gedachten over de sportprestatie, vaker te hoge verwachtingen hebben, lager  zelfvertrouwen hebben en/of een perfectionistische persoonlijkheid. Bovendien hebben individuele sporters geen teamgenoten om de verantwoordelijkheid voor de prestatie mee te delen.

Uit onderzoek blijkt verder dat vooral een laag zelfvertrouwen en het ervaren negatieve effect van wedstrijdspanning burnout kunnen verklaren. Sommige sporters ervaren wel veel wedstrijdspanning, maar weten dat ze dat nodig hebben om goed te presteren. De wedstrijdspanning is dan ondersteunend. Andere sporters ervaren net zo veel wedstrijdspanning, maar labelen het  negatief, zij hebben het gevoel dat hun prestatie hierdoor vermindert. Deze laatste groep is gevoelig voor een burnout.

Wat ik in mijn eigen praktijk vaak merk, is dat sporters te lang doorgaan. Soms jaren achter elkaar van baanwielrennen naar wegwielrennen, van schaatsen naar skeeleren en van indooratletiek naar outdoor. Met steeds hoge verwachtingen, er moet gepresteerd worden, zonder dat er een pauze genomen wordt. Er is geen frisheid meer in de beleving van de sport, geen honger naar de bal, geen zin meer, de beginnersgeest is verdwenen. Ook dit werkt een burnout in de hand.

In de praktijk betekent dit voor de sporter vaak een stapje terug doen. Dat kan zijn in de fysieke aanwezigheid, maar vooral ook in de verwachtingen omtrent de prestaties op de korte en soms middenlange termijn. Stapje voor stapje kan dan gebouwd worden aan het zelfvertrouwen. Hoe dat bouwen gaat en met welke middelen is afhankelijk van de sporter. Geen sporter is hetzelfde. De beloning is groot als na verloop van tijd de beginnersgeest weer heeft gevonden en vol passie z’n ding kan doen op het sportveld.

Bron: Direction and Intensity of Trait Anxiety as Predictors of Burnout among Collegiate Athletes. Athletic Insight, J.G. Cremades, MS. Wiggins

 

Voorspeller van succes

Iedere dag spreek ik met jonge ambitieuze sporters die het allerhoogste nastreven in de sport. Hun doel is het  Nederlands Kampioenschap, Wereldkampioenschap of een gouden Olympische medaille. Op het moment dat je tegenover hen zit, weet je dat maar een klein gedeelte van de sporters die met hun hele ziel en zaligheid streven naar dit doel, de top ook echt zal halen. Als sportpsycholoog maak je dan wel eens een inschatting van de kansen van de sporter: hoe zal deze sporter er over 10 jaar voor staan? En hoe zal hij over 20 jaar terugkijken op z’n topsportcarrière?

Dat omkijken om achteraf te bepalen welke psychologische factoren een succesvolle carrière kunnen voorspellen deed onderzoeker Nico van Yperen van de Rijksuniversiteit van Groningen. Vijftien jaar na het eerste onderzoek zocht hij naar verschillen bij een groep voetballers uit de jeugdopleiding van Ajax (‘de groep Kluivert’). Hij vergeleek een groep die langdurig betaald voetbal heeft gespeeld, de groep die de top dus heeft gehaald, met een groep die de top niet heeft bereikt.

De groep die achteraf als succesvol werd gezien bleek al in de jeugdopleiding gemotiveerder te zijn om het te gaan maken binnen het profvoetbal. Ze waren bereid meer te doen en langer vol te houden, ze hadden duidelijk hun toch moeilijk haalbare doel voor ogen en waren volledig gecommitteerd om dit te behalen. Ze bleken ook anders om te gaan met stress dan hun minder succesvolle leeftijdsgenoten. Op stressvolle situaties vertoonden ze gedrag dat gericht was op het aanpakken van het probleem. Dit in tegenstelling tot hun minder succesvolle generatiegenoten: die wachten eerder wat af, laten het over zich heen komen en accepteren de stress als iets wat je overkomt. Als laatste onderscheidende factor kwam uit dit onderzoek naar voren dat de voetballers die ‘het gehaald’ hadden, veel eerder sociale steun zochten in hun omgeving. Dit gebeurt natuurlijk meestal bij de ouder(s), maar ook andere familieleden of vertrouwenspersonen worden door deze sporters geraadpleegd. Kortom succesvolle voetballers uit dit onderzoek zijn:

  • gefocust op een helder doel
  •  pakken stressvolle situaties aan
  • zoeken sociale steun

Juist bij talentvolle sporters met ambitie om de top te halen, is het voor een sportpsycholoog een uitdaging naar de persoonlijke invulling van deze aspecten te kijken. Soms kom je dan tot de conclusie dat bij een sporter aan een aantal belangrijke voorwaarden voor het behalen van succes is voldaan. Zonder dat je daar op individuele basis overigens harde conclusies aan kan verbinden: er kan nog zoveel gebeuren gedurende een sportcarrière. Vaker echter bekijk je op welke onderdelen het wel snor zit en wat er aan ontbreekt. Het zelfinzicht van jonge sporters is, als je deze onderwerpen bespreekbaar maakt, vaak verrassend adequaat. Ze kunnen met behulp van gerichte vragen heel goed een inschatting maken van hun motivatie, omgaan met stressvolle situaties en zoeken van steun.

Sporters vinden het echter wel lastig om hun vaste gewoonten te veranderen. Jonge sporters hebben (nog) niet geleerd er zo naar te kijken, ze doen zoals ze het altijd doen. Op sommige vlakken gaat dat goed, op andere vlakken wat minder. Zo ben ik nou eenmaal, hoor je dan wel eens. Maar als een sporter er voor open staat is er met gerichte oefening en inzet echter heel goed te werken aan versterking en verbetering van deze psychologische variabelen. Het zijn immers geen vaststaande karaktertrekken.

Soms zijn voor een sporter andere zaken in het leven belangrijker dan het bereiken van een, qua resultaat, geslaagde sportcarrière. Ook prima, als dat een bewuste keuze is.

Maar altijd werken we met talentvolle sporters aan het inzicht dat de weg naar het doel minstens even mooi, zo niet mooier is, dan het doel zelf. Over grotere groepen gezien zijn we op basis van dit onderzoek weer een stapje verder in talentherkenning en ontwikkeling. Op individuele basis kunnen er nog weer allerlei andere zaken op het sportcarrièrepad komen, die beren op de weg vormen of juist zetjes in de rug. Tegenover de individuele sporter kunnen we dus nooit met zekerheid zeggen: ‘die komt er wel’ of ‘die haalt het nooit’. We kunnen hen enkel begeleiden bij hun persoonlijke ontwikkeling en ondersteunen in het waarmaken van hun ambities. Waarbij centraal staat dat in het hier en nu plezier beleven aan die persoonlijke ontwikkeling een belangrijke voorwaarde is voor succes.

Bron: Nico W. Van Yperen (2009), Why some make it and others do not: identifying psychological factors that predict succes in professional adult soccer, The Sport Psychologist, 23, 317-329

 

Download het boek Visualisatie

Je kunt het 45 pagina’s tellende ebook ‘Visualisatie’ gratis downloaden als pdf in ruil voor een Tweet of berichtje op Facebook. Klik hieronder en verstuur het bericht binnen je Twitter- of Facebook netwerk. Je kunt het boek daarna downloaden.

Let op: Nadat je op bovenstaande button hebt geklikt verschijnt een nieuw scherm. Om verder te gaan klik je linksonder op ‘sign in with twitter’of connect with facebook’ (en niet rechts op de reclame, hier staat vaak ‘download’, maar zo kom je niet bij de pdf van het boek).

Na downloaden van de pdf opent deze in je browser. Bewaar het boek door met een rechter muisklik in het menu ‘Bewaar’ te kiezen of in het hoofdmenu van je browser ‘Bewaar als’.

Heb je geen Twitter of Facebook account en wil je het boek toch graag ontvangen? Stuur dan een mailtje naar info@sport-gek.nl